Berekening CO2
Gedetailleerde berekening van CO₂-capturatie en koolstoffixatie
Er zijn verschillende methoden om de CO₂-opname door bomen te schatten. Hieronder wordt een realistische benadering gebruikt.
Opbouw van een Eucalyptusboom
Een Eucalyptusboom bestaat uit:
- Wortels onder de grond
- Stronk boven de grond
- Zaagbaar hout van de stam (dat naar de zagerij gaat)
- Top van de stam (<8 cm diameter, te dun om te verwerken)
- Takken, zaagsel, bladeren en misvormde delen die op het land achterblijven
Bij een hectare Eucalyptus Grandis worden na 15 jaar groei de volgende totale volumes verwacht:
Volume van bomen per hectare na 15 jaar groei
| Boomdelen | Volume in m3 |
|---|---|
| Wortels | 137 |
| Stronken | 23 |
| Stammen | 420 |
| Top van stam | 23 |
| Takken, bladeren, misvormde delen | 155 |
| Totaal | 758 |
De 420 m3 zaagbaar hout wordt na 15 jaar groei als volgt verwerkt:
Verwerking van zaagbaar hout per hectare
| Gezaagd hout | % | Volume in m3 |
|---|---|---|
| Planken | 35.5 | 149.1 |
| Palen | 8.5 | 35.7 |
| Zaagsel en snippers | 17 | 71.4 |
| Zijkanten en afkorten | 39 | 23 |
| Totaal zaagbaar hout | 420 |
CO₂-opname per hectare
1 m3 Eucalyptus bindt bij een dichtheid van 650 kg/m³ ongeveer 1,19 ton CO2. Dit betekent dat vlak voor de oogst ca. 900 ton CO₂ per hectare is opgeslagen. Na de oogst zal een deel van het organisch materiaal verrotten, maar een significant deel van de koolstof wordt langdurig vastgehouden in planken, palen en andere toepassingen in wortels en stronken.
De schatting van koolstof-behoud over de jaren na de oogst (5, 10, 15, 20, 25 en 30 jaar) is als volgt:
CO₂-capturatie over de tijd
Na de eerste oogst worden onmiddellijk nieuwe bomen geplant, die de CO2-opname voortzetten. Zo is de opname van een hectare bos over de tijd als volgt:
Verwerking van zaagbaar hout per hectare
| 2026 | 2031 | 2036 | 2041 | 2046 | 2051 | 2056 | 2061 | 2066 | 2071 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Eerste Oogst | 0 | 301 | 601 | 902 | 418 | 336 | 276 | 214 | 157 | 104 |
| Tweede Oogst | 0 | 301 | 601 | 902 | 418 | 336 | 276 | |||
| Derde Oogst | 0 | 301 | 601 | 902 | ||||||
| Totaal | 0 | 301 | 601 | 902 | 719 | 938 | 1.178 | 933 | 1.095 | 1.283 |
Conclusie: per investering van €2.000 per halve hectare wordt in 15 jaar ongeveer 450 ton CO₂ vastgelegd. Zelfs bij een maximale fout van 25% in bovenstaande berekening is de capturatie nog altijd minimaal 350 ton CO₂ per investering. (Transatlantische reizen en het bewerken van de grond en de bomen kosten minder dan 0.5 ton CO2 per hectare per jaar).
Word mede-investeerder in ons bos
Ontdek hoe u kunt investeren in een groenere toekomst. Met een bijdrage vanaf €2.000 planten wij 500 bomen op een halve hectare. Na 15 jaar ontvangt u €2.792 (uw inleg plus 2,25% cumulatieve rente) en helpt u 350 ton CO₂ uit de lucht te halen. Zo investeert u niet alleen in CO₂-opslag, maar ook in een rendement voor de volgende generatie.
Gedetailleerde berekening van CO2-capturatie en koolstoffixatie van eucalyptus
Er zijn meerdere methoden om de capturatie van CO2 door bomen in te schatten. De hieronder gebruikte is een eerlijke benadering. Zoals iedere boom, bestaat een eucalyptus uit wortels, stam, takken en bladeren. Op het moment dat een boom geoogst wordt, wordt hij op enkele decimeters boven de grond afgezaagd. Na het omzagen van de boom onderscheiden we de volgende delen: 1) wortels onder de grond; 2) stronk boven de grond; 3) dat deel van de stam dat naar de zagerij gaat (het zaagbare hout); 4) de top van de stam die te dun is (<8 cm) om verwerkt te worden en 5) de takken/ bladeren/ misvormde delen en het zaagsel dat op het land achter blijft.
Gezien de grondkwaliteit en het regenregime bij Concordia, verwacht het nationale Bosinstituut INTA dat een hectare beplant met Eucalyptus Grandis na 15 jaar 420 m3 zaagbaar hout (3) oplevert. De hoeveelheid hout in de top van de stam (4) en van de stronk boven de grond (2) die op het veld achterblijven wordt op in totaal 5+5=10% van de totale stam geschat. Stronk plus gehele stam komen daarmee op 466 m3 per hectare na 15 jaar groei. Het volume van takken, bladeren en misvormde delen wordt op 25% van de totale boom boven de grond geschat, oftewel op 155 m3. Het totale organische materiaal van de bomen boven de grond komt daarmee op 621 m3. Aannemend dat de wortels 22% van het bovengrondse volume bevatten, dan herbergen de wortels 137 m3.
De bomen worden geplant in 2026 en geoogst in 2041. Als er geen calamiteit is geweest en de groei normaal verloopt, dan staat er vlak voor het moment van de oogst 758 m3 organisch materiaal op iedere hectare. Bij een veronderstelde dichtheid van 650 kg/m3, is er dan op dat moment 900 ton CO2 per hectare gefixeerd. Echter: veel van het organisch materiaal zal snel na de oogst verrotten waardoor de koolstof weer als CO2 terug zal gaan in de atmosfeer. Er wordt echter ook koolstof in planken en in andere toepassingen gefixeerd. We schatten de hoeveelheid door het project [naam] gefixeerde koolstof 5, 10, 15, 20 etc. jaar na de oogst; d.w.z. in 2046, 2051, 2056, 2061 etc. We schatten voor de verschillende producten van de bosbouw hoeveel CO2 op ieder van die momenten nog gebonden is.
Ad 1)
We schatten dat de koolstof opgeslagen in de wortels vanaf 5 jaar na de oogst in de jaren 2046, 2051, 2056, 2061, 2066 en 2071 zal afnemen naar 80%, 60%, 45%, 30%, 20%, 10%.
Ad 2)
Omdat de stronk meer aan het weer en micro-organismen onderhevig is, zou die in die jaren nog voor 80%, 60%, 40% en uiteindelijk 20% in 2061 kunnen bestaan.
Ad 3a)
Wanneer planken gebruikt worden voor constructie, meubels etc. zal bij hun verwerking een deel verloren gaan dat wij op 20% schatten. Na 5 jaar zou dan de gefixeerde koolstof van planken nog 80% bedragen. Er vanuit gaand dat planken gebruikt in constructies heel lang kunnen blijven bestaan, dat meubels meestal na 20 of 30 jaar vervangen worden en dat meer planken voor constructie dan voor meubels gebruikt zullen worden, verwachten wij dat er in 2046, 2051, 2056 en volgende jaren nog respectievelijk 80%, 72%, 64% etc koolstof in toegepaste planken zal zijn gefixeerd.
Ad 3b)
Palen worden in de houtzagerij op maat gemaakt en worden vaak geïmpregneerd waardoor ze lang houdbaar zijn. Wij verwachten dat zij in de jaren 2046, 2051, 2056, 2061, 2066 en 2071 nog voor 95%, 90%, 85%, 75%, 60% en 40% zullen bestaan.
Ad 3c)
Zaagsel en houtsnippers kunnen in plaatmateriaal verwerkt worden waar koolstof langer bewaard zal blijven, maar veel wordt gebruikt als stalstrooisel in de pluimveehouderij waar het dus een kortere levensduur heeft. We schatten dat een kwart in plaatmateriaal gebruikt wordt en dat er in de jaren 2046, 2051, 2056, 2061 en 2066 nog respectievelijk 25%, 20%, 15%, 10% en 5% koolstof in deze vorm aanwezig is.
Ad 3d)
Zijkanten en andere resten vergaat het niet anders dan het onder 3c genoemde materiaal.
Ad 4)
De top van de stam en de takken en bladeren worden meestal op het land achtergelaten. Omdat de top van de stam nog wel een zekere dikte kan hebben, doet hij er wellicht 10 jaar over om geheel te vergaan. In 2046 is er dan nog 50% hiervan over.
Ad 5)
De takken en bladeren zijn zo goed als totaal vergaan binnen 5 jaar.
Bovenstaande berekening geeft aan dat iedere investering van € 2,000 in 15 jaar zo’n 450 ton CO2 zou binden. Als er een foutmarge van 25% in deze berekening zou zijn geslopen, dan levert iedere investering alsnog zo’n 350 ton gefixeerde CO2 op.